De ChristenUnie is blij dat er na jaren een helder beleidsdocument ligt met concrete vervolgstappen en een heldere tijdlijn. Ook is de ChristenUnie positief over de wijze waarop de gemeente de directbetrokkenen informeert, betrekt en meegenomen heeft in het traject tot nu toe. De wens van de verschillende insprekers dat de betrokken ambtenaren ook de komende jaren bij de vervolgstappen betrokken blijven, ondersteunen wij. Het vertrouwen in de overheid is laag, dat hebben we in dit traject gemerkt. Door de komende jaren daadwerkelijk meer standplaatsen te realiseren en continu onderling in contact en verbinding te blijven, kan het vertrouwen hopelijk weer groeien. De ChristenUnie roept het college daarom op te blijven investeren in korte lijnen en duidelijke communicatie. Wanneer een nieuwe locatie voor een woonwagenkamp bijvoorbeeld vertraagd wordt door procedures, zien we graag dat alle direct- en indirect-betrokkenen tijdig en periodiek geïnformeerd worden, ook als de vertraging buiten de cirkel van invloed van de gemeente ligt.

In de notitie wordt een uitbreiding van 30 woonwagens voorgesteld. Zowel uit de behoeftepeiling en de notities en ook bij de bijeenkomst bleek dat de behoefte op vrij korte termijn al groter is. De gemeente geeft aan dat de behoefte jaarlijks wordt ‘gemonitord’. De ChristenUnie ziet graag dat concreter wordt uitgewerkt wat dit betekent. Hoe vindt de jaarlijkse actualisatie van de ‘behoeftepeiling’ plaats? Wie worden daarbij betrokken? En welke stappen worden daarna doorlopen om een mogelijk nieuw aantal benodigde standplaatsen vast te stellen? Hoe voorspelbaarder dit jaarlijkse proces is, hoe sterker en sneller het vertrouwen in de overheid en in een goede afstemming kan groeien. En hoe beter de betrokkenen weten waar ze aan toe zijn.

Voor sommige bestaande kampen lijkt uitbreiding door inbreiding mogelijk. De ChristenUnie ziet graag dat zo snel mogelijk de haalbaarheidsstudies hiervoor worden afgerond en de vervolgstappen in gang worden gezet.

De ChristenUnie vraagt aandacht voor zorgvuldige en transparante communicatie met de bredere kring van wijk- en buurtgenoten, ondernemers en werkgevers, scholen, etc. bij met name de realisatie van nieuwe woonwagenkampen. In de notitie en bij de besprekingen is er terecht de nodige aandacht voor de eigen woonwagencultuur dat als immaterieel erfgoed kostbaar is en bescherming verdient. Omgaan met een andere cultuur en met andere dan de eigen gewoontes, tradities en overtuigingen vraagt echter veel en start met wederzijds respect en elkaar echt ontmoeten. De ChristenUnie ziet graag dat de gemeente met de ‘cultuurdragers’ plannen uitwerkt hoe deze communicatie, en breder: het samenleven, goed vorm en inhoud kunnen krijgen.

In de notitie staat de zin: ‘Bij de toewijzing wordt rekening gehouden met eventuele verzachtende omstandigheden: de persoonlijke situatie weegt mee in de uiteindelijke beoordeling.’ Namens de ChristenUnie-fractie vroeg ik tijdens de informerende bijeenkomst waarom dit ‘verzachtende omstandigheden’ genoemd worden en niet algemene ‘bijzondere’ omstandigheden? De ambtenaar gaf daarop aan dat in dezen een tekst is gebruikt van WoonFriesland. De ChristenUnie ziet graag dat het woord ‘bijzondere’ (of een vergelijkbaar woord) wordt gebruikt of dat uitgelegd wordt wat er met ‘verzachtende’ omstandigheden wordt bedoeld. De huidige uitdrukking kan zomaar gedoe opleveren omdat betrokkenen verschillend kunnen denken over wat ‘verzachtende omstandigheden’ zijn. Bovendien, de keuze om een woonwagen ‘vanwege verzachtende omstandigheden’ aan de ene persoon of familie toe te wijzen, betekent waarschijnlijk direct dat een andere persoon of familie zijn/haar omstandigheden als ‘verzwarend’ ervaart. De huidige formulering vinden wij daarom ongelukkig. De uitdrukking ‘bijzondere omstandigheden’ geeft ruimte aan de toewijzer om ‘waardenvrijer’ keuzes te maken en deze waar nodig toe te lichten.