Voorzitter,

We spreken vandaag over een raadsvoorstel dat bedoeld is om een fout recht te zetten. Dat die fout is gemaakt, dat kan gebeuren en daar zit onze moeite dan ook niet direct in, alhoewel we wel hopen dat dit in de toekomst niet meer zal gebeuren. Want laten we eerlijk zijn: hier is simpelweg te veel belasting geïnd.

Niet een beetje, maar ruim zeven ton. En die middelen zijn opgebracht door ondernemers, door scholen, de vliegbasis, door zorginstellingen. Onderdeel hiervan zijn dus ook veel sectoren waar we met overheidsgeld de zaak draaiende houden. En alhoewel we geen inzicht krijgen in de hoogte van de bedragen, weten we na wat rondvragen dat het soms gaat om duizenden euro’s per organisatie. Gigantische bedragen waar een oplossing voor dient te komen.

Het college stelt dat deze meeropbrengst via het LOF naar allerlei toekomstbestendige projecten weer terugvloeit naar het collectief. Maar voorzitter, dat is alsof je iemand per ongeluk te veel laat betalen aan de kassa, vervolgens een cadeaubon aanbiedt voor een winkel waar hij misschien helemaal niet wil winkelen, en dan zegt dat dit “in de geest van eerlijkheid” is. Het voelt vriendelijk, maar het ís niet eerlijk.

Ten eerste: de besteding via het LOF komt lang niet altijd terecht bij de partijen die daadwerkelijk de meerbetaling hebben gedaan. Dat is een fundamentele fout in de redenering. Sectoren die nauwelijks hebben bijgedragen aan de overbetaling kunnen straks wél profiteren, terwijl bijvoorbeeld instellingen in zorg, onderwijs of agrariërs daar niets of nauwelijks iets van terugzien. Dat is geen compensatie; dat is herverdeling.

Ten tweede: (semi-)publieke instellingen, soms met beperkte begrotingsruimte, hebben duizenden euro’s te veel betaald. Dat geld komt niet uit de lucht vallen; dit zijn scholen, zorginstellingen, musea en maatschappelijk vastgoed die opereren met publieke middelen. Het is onverantwoord om middelen die verkeerd geïnd zijn niet terug te geven aan precies die partijen die ze hebben opgebracht. Een gemeente moet zorgvuldiger met publieke middelen omgaan dan dit voorstel laat zien.

Voorzitter, in dit licht is het amendement om de meeropbrengst rechtstreeks te verrekenen in het tarief van 2026 niet alleen logisch, maar principieel juist. Daarom zijn we als ChristenUnie voornemens om volgende week met een amendement te komen, om daar te compenseren waar te veel is betaald.

Het argument van het jojo-effect overtuigt niet. Iedere ondernemer begrijpt het verschil tussen structurele lasten en een eenmalige correctie. Zolang je het helder communiceert, en dat kan gewoon op het aanslagbiljet, bestaat er geen verwarring. En het idee dat de gemeente beter weet dan de ondernemer waar zijn geld aan besteed moet worden, is een misplaatste gedachtegang.

Ten derde: juist sportverenigingen, buurt-, wijk- en dorpshuizen hebben in veel gevallen fors te veel OZB betaald. En in plaats van dat zij dit terugkrijgen, moeten ze dit via een subsidieregeling terugvragen. Maar wat als ze door deze fout boven de €10.000,- uitkomen en dus geen recht hebben op de subsidie? Is de wethouder van plan in de uitvoering van de verordening coulance toe te passen en het subsidieplafond eenmalig aan te passen indien dit speelt?

Deze subsidieregeling loopt trouwens eind 2026 af en daarom is de ChristenUnie voornemens om volgende week met een motie vreemd te komen om deze subsidie ook na 2026 door te laten lopen.

Voorzitter, de OZB is een taakstellende belasting. Te veel innen betekent vergoeden. Alles daarbuiten, hoe fraai de projecten ook klinken, is een politieke keuze die verhult dat we een fout niet willen herstellen, maar willen herbestemmen.

Een fout herstel je door hem recht te zetten, niet door hem mooi te verpakken.

Dank u wel.